ECLI:NL:RVS:2024:1648
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 21 januari 2022 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd buiten behandeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of het asielbesluit genomen kon worden zonder dat er al een terugkeerbesluit was genomen, vanwege een nog lopend onderzoek naar adequate opvang in het land van terugkeer van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling.
De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de Terugkeerrichtlijn niet in de weg staat aan het nemen van het asielbesluit voorafgaand aan het terugkeerbesluit, en dat artikel 45, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 gedeeltelijk buiten toepassing kan worden gelaten als meer tijd nodig is voor het onderzoek naar opvang.
De staatssecretaris had een geldige reden door te wijzen op het niet verschijnen van de vreemdeling bij nader gehoor, waardoor het onderzoek niet tijdens de asielprocedure kon worden afgerond. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep alsnog ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.