ECLI:NL:RVS:2024:1686
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep vreemdeling op verblijfsvergunning zelfstandige arbeid
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan met de beperking voor zelfstandige arbeid als timmerman. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende onderbouwing, met name een ontoereikend ondernemingsplan en gebrek aan markt- en concurrentieanalyse. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf de staatssecretaris opdracht een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vreemdeling niet voldeed aan het documentatievereiste, onvoldoende stukken had overgelegd om een advies van de minister van Economische Zaken en Klimaat te verkrijgen en dat de rechtbank ten onrechte de hoorplicht had vastgesteld als geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag afwees vanwege onvoldoende onderbouwing, waaronder het ontbreken van een gedegen markt- en concurrentieanalyse toegespitst op de onderneming en regio, onvoldoende staving van competenties en werkervaring, en onvoldoende financiële onderbouwing.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling geen steekhoudende verklaring gaf waarom hij niet aan de informatieverplichtingen kon voldoen, ook al mocht hij formeel nog geen arbeid verrichten. De rechtbank had ten onrechte een eigen inhoudelijk oordeel gegeven over het prijsbeleid en de hoorplicht was niet geschonden omdat de staatssecretaris in redelijkheid kon afzien van horen gezien de gebrekkige stukken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.