ECLI:NL:RVS:2024:1713
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor verwijderen zonder vergunning gebouwd bouwwerk in beschermd stadsgezicht Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde appellant een last onder dwangsom op om een zonder omgevingsvergunning gebouwd bouwwerk in de tuin van zijn horecabedrijf te verwijderen. Het bouwwerk was op een provisorische wijze gebouwd en stond in een beschermd stadsgezicht. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het bouwwerk omgevingsvergunningvrij was en dat er zicht was op legalisatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad van State overwoog dat het recht van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 van toepassing bleef. Het bouwwerk viel niet onder de omgevingsvergunningvrije categorieën vanwege de ligging in een beschermd stadsgezicht en de toepasselijke bepalingen in het Besluit omgevingsrecht.
Verder oordeelde de Raad dat het zicht op legalisatie ontbrak omdat het bouwwerk zoals aanwezig niet kon worden gelegaliseerd, ook al was er een aangepast bouwwerk waarvoor mogelijk wel vergunning kon worden verleend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom tot verwijdering van het bouwwerk wordt bevestigd.