ECLI:NL:RVS:2024:1717
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens ondeugdelijke motivering midstay-urgentie
Appellant en haar familie vluchtten vanuit Syrië naar Nederland en werden in 2018 toegewezen aan een vijfkamer huurwoning die te klein was voor het toenmalige tienkoppige gezin. Na de geboorte van haar dochter in 2021 vroeg appellant een urgentieverklaring aan wegens de onleefbare woonsituatie en sociaal-psychische klachten. Het college weigerde de urgentieverklaring op basis van algemene weigeringsgronden uit de Huisvestingsverordening 2018 en de Beleidsregels 2018, waarbij werd gesteld dat geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem en dat appellant het probleem redelijkerwijs had kunnen voorkomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank paragraaf 2.2 van de Beleidsregels 2018 te strikt heeft geïnterpreteerd. De Afdeling stelt vast dat appellant terecht stelt dat het college haar en haar gezin vanaf het begin in een te kleine woning huisvestte en dat zij en haar dochter sociaal-psychische klachten ervaren. De medische adviezen van Argonaut bevestigen echter dat er geen ernstige bedreiging is voor de gezondheid van appellant en haar kind.
De Afdeling constateert dat het college ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom appellant niet in aanmerking komt voor een midstay-urgentie, met name omdat het begrip éénoudergezin niet in de toepasselijke regelgeving stond en appellant overtuigend heeft toegelicht dat zij een éénoudergezin vormt. Ook is het college onvoldoende ingegaan op de voorwaarden van dreigende dakloosheid en de toepassing van de weigeringsgronden in eerdere vergelijkbare gevallen.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het besluit van 31 januari 2022 en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de huidige uitspraak en eerdere toegekende midstay-urgenties. Tevens worden de proceskosten aan het college opgelegd.
Uitkomst: Het besluit van het college om de urgentieverklaring af te wijzen wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen.