ECLI:NL:RVS:2024:1722
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering omgevingsvergunning voor gebruik recreatiewoningen als beheerderswoningen op bungalowpark
Het college van burgemeester en wethouders van Schagen heeft meerdere aanvragen van eigenaren van recreatiewoningen op het bungalowpark De Horn geweigerd om hun woningen als beheerderswoning te gebruiken. De aanvragen zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor het oude recht van toepassing is gebleven. Het college baseerde de weigering op artikel 6.1 van het bestemmingsplan, gewijzigd door het parapluplan, dat slechts één beheerderswoning toestaat op het park.
De appellanten voerden aan dat het college ten onrechte het gewijzigde bestemmingsplan toepaste en dat hun gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan, omdat zij eigenaren zijn en hun woningen noodzakelijk zijn voor beheer. De Raad oordeelt dat toetsing aan het gewijzigde bestemmingsplan terecht is toegepast en dat het gebruik als beheerderswoning niet is toegestaan omdat het bestemmingsplan slechts één beheerderswoning toestaat en de appellanten niet voldoen aan de definitie van een noodzakelijke beheerder.
Verder is geoordeeld dat het college beleidsruimte heeft om niet mee te werken aan afwijking van het bestemmingsplan en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat een eerdere vergunning van rechtswege is verleend door het niet tijdig beslissen, maar inhoudelijk alsnog is geweigerd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunningen bevestigd.