AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven
Bij besluit van 14 januari 2021 weigerde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de machtiging tot voorlopig verblijf aan meerdere vreemdelingen. Na een ongegrond verklaard bezwaar volgde een beroep bij de rechtbank Den Haag, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. De vreemdelingen en een referent stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de eerste grief geen vragen bevat die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming relevant zijn en daarom niet nader gemotiveerd hoeft te worden. Vervolgens oordeelde de Afdeling dat de belangenafweging van de staatssecretaris op grond van artikel 8 EVRMPro deugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris stelde dat er geen familieleven bestond tussen de vreemdelingen en de referent, waardoor geen belangenafweging hoefde plaats te vinden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 26 april 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitspraak
202300090/1/V2.
Datum uitspraak: 26 april 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 8 december 2022 in zaak nr. NL22.15773 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 14 januari 2021 heeft de staatssecretaris de aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen en referent, vertegenwoordigd door mr. C.J. Ullersma, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Wat de vreemdelingen en referent in de eerste grief hebben aangevoerd, leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat de grief geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2. Gelet op wat de Afdeling in haar uitspraak van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188, onder 5 tot en met 5.4, heeft overwogen, klagen de vreemdelingen en referent in de tweede grief tevergeefs over het oordeel van de rechtbank dat de door de staatssecretaris gemaakte belangenafweging in het kader van artikel 8 vanPro het EVRM niet ten onrechte in hun nadeel is uitgevallen. De staatssecretaris heeft zich in deze zaak deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat er tussen de vreemdelingen en referent geen familieleven in de zin van artikel 8, eerste lid, van het EVRM bestaat. In die beoordeling heeft hij alle individuele feiten en omstandigheden van de vreemdelingen en referent betrokken. De staatssecretaris mocht daarom volstaan met de vaststelling dat er geen hechte persoonlijke banden bestaan. Dat betekent dat hij in dit geval geen belangenafweging hoefde te maken. De vraag of de belangenafweging deugdelijk heeft plaatsgevonden, behoeft daarom geen bespreking. De grief faalt.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.