ECLI:NL:RVS:2024:1810
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 9 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevatte die het oordeel zouden kunnen wijzigen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 1 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter C.C.W. Lange.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.