ECLI:NL:RVS:2024:1812
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De vreemdeling, een Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van een terugnameverzoek volgens artikel 20, vijfde lid, van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat Nederland verantwoordelijk was omdat de staatssecretaris niet binnen twee maanden na de Eurodac-treffer Italië had geclaimd, waardoor Nederland volgens artikel 13 van Pro de Dublinverordening verantwoordelijk werd. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de uitzonderingssituatie uit het arrest H. en R. alleen ziet op de verhouding tussen Duitsland en Nederland. Nederland mocht een terugnameverzoek bij Duitsland indienen en het is aan Duitsland om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de staatssecretaris gegrond. De vreemdeling voerde ook een beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening over familiebanden in Nederland, maar dit faalde omdat onvoldoende bewijs werd geleverd en geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond.
Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.