ECLI:NL:RVS:2024:1847
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- C.C.W. Lange
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn na intrekking bestuurlijke boetes Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 4 oktober 2017 twee bestuurlijke boetes op aan verzoekster ter hoogte van € 41.000. Na bezwaar en beroep werd het hoger beroep ingetrokken en de boetes op 24 oktober 2023 ingetrokken door het college. Verzoekster vorderde terugbetaling van de betaalde boetes met wettelijke rente en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de redelijke termijn van vier jaar, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met ruim twee jaar werd overschreden. De overschrijding werd toegerekend aan zowel het college als de rechtbank. Verzoekster kreeg een immateriële schadevergoeding van € 2.500 toegekend, waarvan € 1.666,67 door het college en € 833,33 door de Staat betaald moet worden.
Daarnaast werd het college en de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van verzoekster, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling benadrukte dat terugbetaling van de boetes met wettelijke rente geen schadevergoeding is, maar een verplichting voortvloeiend uit de intrekking van de boetes.
Uitkomst: Verzoekster krijgt een schadevergoeding van € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, te betalen door het college en de Staat, plus vergoeding van proceskosten.