ECLI:NL:RVS:2024:1856
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid asielaanvraag hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte Bahaddar-omstandigheden aannam waardoor zij niet overging tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens te late indiening. De Afdeling benadrukte dat dergelijke omstandigheden alleen kunnen leiden tot uitzondering indien onmiskenbaar is dat artikel 3 EVRM Pro wordt geschonden.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep van de staatssecretaris is daarmee gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.