ECLI:NL:RVS:2024:1896
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
Bij besluit van 28 juni 2018 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 3 december 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de eerste grief van de vreemdeling geen aanleiding gaf tot vernietiging, omdat deze betrekking had op een rechtsvraag die reeds was beantwoord in eerdere jurisprudentie. De tweede grief betrof de schending van de hoorplicht door de staatssecretaris. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende terughoudend was geweest met uitzonderingen op de hoorplicht, terwijl de vreemdeling niet voldoende was gehoord over de stukken die hij had overgelegd.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 3 december 2020. De staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij de vreemdeling eerst wordt gehoord. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en een nieuw besluit wordt gelast na het horen van de vreemdeling.