ECLI:NL:RVS:2024:1897
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 januari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 18 november 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit eveneens ongegrond op 2 november 2021.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling niet hoefde te horen over het tweede advies van de minister. Dit was een schending van de hoorplicht, aangezien de staatssecretaris niet redelijkerwijs kon concluderen dat het bezwaar kennelijk ongegrond was zonder de vreemdeling te horen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 18 november 2020, en gelastte de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen waarbij de vreemdeling wordt gehoord. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen waarbij de vreemdeling wordt gehoord.