ECLI:NL:RVS:2024:1900
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 januari 2024 besloten een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 15 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gelet op de aangevoerde argumenten achtte de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd of dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De verantwoordelijkheid is vastgesteld op grond van de Dublinverordening bij Zweden.
De voorzieningenrechter overwoog dat de overdracht aan Zweden op 10 mei 2024 zal plaatsvinden en dat deze overdracht geen onomkeerbare gevolgen heeft. Mocht later blijken dat Nederland toch verantwoordelijk is, dan kan de vreemdeling vanuit Zweden worden teruggeleid. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling kan worden overgedragen aan Zweden.