ECLI:NL:RBDHA:2024:5765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrees voor indirect refoulement bij overdracht aan Zweden op grond van nieuw toetsingskader HvJEU
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag beoordeeld. De aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, en Nederland een verzoek tot terugname aan Zweden heeft gedaan dat is aanvaard.
Eiser vreesde indirect refoulement bij overdracht aan Zweden, omdat hij vreest dat Zweden hem zal uitzetten naar Syrië, waar hij gevaar loopt. Hij stelde dat het arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023 niet op hem van toepassing is en verwees naar eerdere jurisprudentie en rapporten.
De rechtbank oordeelde dat het nieuwe toetsingskader van het HvJEU van toepassing is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Dit houdt in dat mag worden uitgegaan van de naleving van internationale verplichtingen door Zweden, tenzij er aanwijzingen zijn van systeemfouten in de asielprocedure en opvang. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dergelijke systeemfouten bestaan.
De rechtbank concludeerde dat Zweden voldoende rechtsbescherming biedt, mede op grond van het AIDA-rapport en het claimakkoord van november 2023, en dat eiser rechtsmiddelen ter beschikking staan. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.