ECLI:NL:RVS:2024:192
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens onvoldoende motivering tegen niet-behandeling asielaanvragen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 oktober 2023 besloten om de asielaanvragen van drie vreemdelingen niet in behandeling te nemen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die deze beroepen bij mondelinge uitspraak op 8 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdelingen stelden vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad beoordeelde het hogerberoepschrift en concludeerde dat de vreemdelingen niet voldeden aan de wettelijke vereisten van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat zij niet hadden toegelicht op welke punten de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn en waarom.
De rechtbank had gemotiveerd dat de staatssecretaris terecht de behandeling van de asielaanvragen niet naar zich toe had getrokken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. De vreemdelingen hadden in hun hogerberoepschrift geen concrete bezwaren tegen deze motivering aangevoerd.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van H.G. Sevenster op 22 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdelingen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering.