ECLI:NL:RVS:2024:1939
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens termijnoverschrijding en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 28 maart 2024 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 26 april 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank de uitspraak niet binnen de wettelijke termijn van zeven dagen na sluiting van het onderzoek had gedaan, waardoor de bewaring vanaf 26 april 2024 onrechtmatig werd. Dit leidde tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en opheffing van de bewaring met ingang van de dag van de uitspraak.
Daarnaast werd de vreemdeling een schadevergoeding van €1.300 toegekend voor de periode van onrechtmatige bewaring en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.625. De overige grieven van de vreemdeling werden niet gegrond verklaard.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens termijnoverschrijding en er wordt een schadevergoeding toegekend.