ECLI:NL:RVS:2024:1976
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor woningbouw in bedrijfspand te Beverwijk
Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk verleende aanvankelijk van rechtswege een omgevingsvergunning voor de wijziging van een bedrijfspand naar zeven appartementen. Na bezwaar werd deze vergunning herroepen en de aanvraag geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond.
De eigenaar stelde hoger beroep in en betoogde onder meer dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of de herroeping van de vergunning afzonderlijk getoetst moest worden en dat het college ten onrechte was afgeweken van zijn eigen beleidsregels. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was tot volledige heroverweging en herroeping van de vergunning en dat de rechtbank dit terecht in samenhang had beoordeeld.
Verder vond de Afdeling dat het college het standpunt mocht innemen dat 'wonen achter wonen' onwenselijk is vanwege de aantasting van de functionele en ruimtelijke samenhang van de woonwijk. De ligging van het pand achter woningen en tuinen en het ontbreken van binding met de openbare ruimte rechtvaardigen dit oordeel. Ook de financiële belangen van de eigenaar wegen niet zwaarder dan de ruimtelijke belangen en het woongenot van omwonenden.
De overige beroepsgronden, zoals parkeerdruk en brandveiligheid, behoefden geen bespreking meer. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.