ECLI:NL:RVS:2024:2042
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing omgevingsvergunning recreatiewoning wegens schending vertrouwensbeginsel
Appellant diende op 3 juni 2021 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning om een garage te verbouwen en te gebruiken als recreatiewoning op zijn perceel in Zandvoort. Voorafgaand aan de aanvraag had appellant schriftelijk informatie ingewonnen bij een medewerkster van de Omgevingsdienst IJmond, die hem een bijlage met voorwaarden voor vergunningverlening toezond. Het college van burgemeester en wethouders wees de aanvraag op 7 september 2021 af omdat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan en het beleid van het college.
Appellant stelde dat hij op grond van de informatie van de medewerkster mocht vertrouwen dat zijn aanvraag alleen aan de in de bijlage opgenomen voorwaarden zou worden getoetst. De rechtbank handhaafde het besluit van het college, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant terecht mocht vertrouwen op de door de medewerkster verstrekte, op zijn situatie toegesneden informatie.
De Afdeling stelde vast dat het college het belang van appellant om te worden getoetst aan uitsluitend de bijlage niet had betrokken en dat het besluit op bezwaar niet deugdelijk was gemotiveerd. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met het gerechtvaardigde vertrouwen van appellant. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel.