ECLI:NL:RVS:2024:2054
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 11 augustus 2022 is afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 6 januari 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 26 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden, zodat het hoger beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het vonnis uitgesproken op 16 mei 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.