Uitspraak
BESTUURSRECHTSPRAAK
appellant,
voorzieningenrechter
griffier
Raad van State
Bij besluit van 31 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 januari 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De voorzieningenrechter zag ook ambtshalve geen aanleiding om de bewaring onrechtmatig te achten. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen.