ECLI:NL:RVS:2024:2127
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor gebruik gastenverblijf als huurwoning in strijd met bestemmingsplan
Appellant heeft op 8 april 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het gebruik van zijn gastenverblijf als huurwoning voor een periode van 10 jaar. Het college van burgemeester en wethouders van Epe heeft deze vergunning geweigerd omdat het gebruik niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan "Buitengebied Epe" en de gemeentelijke Woonagenda 2019-2023. De rechtbank Gelderland heeft het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat de Woonagenda mogelijkheden biedt voor het verlenen van de vergunning en dat het perceel binnen de Structuurvisie Veluweflank valt. Ook stelde hij dat tijdelijke bewoning niet als een nieuwe woning moet worden gezien en dat er zwaarwegende belangen zijn zoals het voorkomen van leegstand en het woningtekort. De Raad van State oordeelt dat het college beleidsruimte heeft en dat het besluit zorgvuldig is gemotiveerd. De Woonagenda sluit nieuwe burgerwoningen in het buitengebied uit, behalve in specifieke gevallen die hier niet van toepassing zijn.
Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de door appellant aangehaalde vergelijkbare gevallen niet vergelijkbaar zijn vanwege andere bestemmingsplannen of andere aard van de vergunningen. De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.