ECLI:NL:RVS:2019:1497
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning tweede woonfunctie in buitengebied Epe
Het college van burgemeester en wethouders van Epe weigerde op 5 oktober 2015 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een tweede woonfunctie in een bestaand gebouw op een perceel in Epe. Het bezwaar van appellant werd op 18 februari 2016 ongegrond verklaard. Na vernietiging van dit besluit door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard op 2 mei 2018.
Appellant voerde aan dat het perceel volgens het bestemmingsplan de bestemming 'Wonen' heeft en dat het college ten onrechte de vergunning weigerde. Hij stelde dat het project niet in strijd is met het ruimtelijke beleid en dat het gemeentelijke beleid juist ruimte biedt voor dergelijke initiatieven. Ook stelde appellant dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat elders in de gemeente wel medewerking werd verleend.
De Afdeling oordeelde dat het bestemmingsplan slechts één woning per bestemmingsvlak toestaat en dat het college beleidsruimte heeft bij het al dan niet verlenen van een vergunning. Het college heeft de weigering gemotiveerd met het geldende bestemmingsplan en het gemeentelijke beleid dat nieuwe woningen in het buitengebied beperkt. De Afdeling vond dat het college in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het beleid anders moet worden uitgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor een tweede woonfunctie is ongegrond verklaard.