ECLI:NL:RVS:2024:216
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P.M. van Ravels
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning en afwijzing schadevergoeding na beroep
De zaak betreft een geschil over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om een omgevingsvergunning te verlenen voor een opbouw op een woning in Zaandam. Na een eerdere vergunningverlening in oktober 2020, die werd vernietigd vanwege onvoldoende motivering en belangenafweging, weigerde het college in september 2021 opnieuw de vergunning. Appellant stelde beroep in tegen deze weigering en tegen de vastgestelde dwangsom wegens niet tijdig beslissen.
Tijdens de procedure werden afspraken gemaakt over het aanleveren van nieuwe bouwtekeningen en de termijn waarbinnen het college een besluit zou nemen. Uiteindelijk verleende het college in maart 2022 de vergunning op basis van aangepaste tekeningen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een hogere dwangsom en schadevergoeding af, behalve een beperkte vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep betoogde appellant dat de dwangsom te laag was vastgesteld, dat onterecht geen dwangsom werd opgelegd voor niet tijdig beslissen, en dat de schadevergoeding ten onrechte werd afgewezen. De Afdeling oordeelde dat de dwangsom correct was vastgesteld, dat het college tijdig heeft beslist na ontvangst van volledige stukken, en dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor de gevorderde schadevergoeding. Ook het verzoek om aanvullende dwangsommen werd afgewezen omdat het college onherroepelijk had beslist.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.