ECLI:NL:RVS:2024:2165
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wegens ontbreken legaal verblijfsrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 10 november 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten op 20 maart 2023 eveneens ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat zij rechten ontleent aan artikel 6 van Pro Besluit nr. 1/80 omdat zij minimaal een jaar legaal arbeid heeft verricht in Nederland, ongeacht of het verblijfsrecht betwist is. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie alleen sprake is van legale arbeid als deze is verricht op basis van een onbetwist verblijfsrecht. De vreemdeling beschikte slechts over een procedureel verblijfsrecht, dat niet als stabiel en bestendig wordt beschouwd.
De Afdeling verwierp ook het verzoek om prejudiciële vragen te stellen over de uitleg van het begrip 'legale arbeid', omdat de rechtspraak van het Hof van Justitie hierover duidelijkheid biedt. De overige grieven van de vreemdeling leiden niet tot vernietiging van de uitspraak. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt bevestigd.