ECLI:NL:RVS:2024:1342
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake intrekking verblijfsvergunning en beroep op artikel 13 Besluit nr. 1/80
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid trok de verblijfsvergunning van de vreemdeling met terugwerkende kracht in, omdat deze niet voldeed aan de voorwaarden van het Besluit nr. 1/80. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat hij een beroep kon doen op artikel 13 van Pro dat besluit, dat gunstigere beleidsregels bevat.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de vreemdeling ten tijde van het besluit geen werknemer was in de zin van artikel 13, omdat hij niet voldeed aan de vereiste periode van legale arbeid en geen stabiel verblijfsrecht had. De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat artikel 13 van Pro toepassing was.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens vernietigde zij het besluit van 19 april 2022, omdat dit besluit de grondslag had verloren door de vernietiging van de rechtbankuitspraak. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.