ECLI:NL:RVS:2024:2231
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanwijzing portiekflats Oost-Sidelinge Rotterdam als gemeentelijk monument
Het Cuypersgenootschap verzocht het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om vier portiekflats aan de Oost-Sidelinge 17-87 aan te wijzen als gemeentelijk monument vanwege hun cultuurhistorische waarde en zeldzaamheid. Het college wees dit verzoek af omdat het belang van goede woon- en leefkwaliteit voor toekomstige huurders zwaarder woog dan het behoud van de flats.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van het Cuypersgenootschap tegen deze afwijzing ongegrond. Het college had voldoende rekening gehouden met de negatieve gevolgen van de monumentenstatus voor de eigenaar, Woonstad Rotterdam, die plannen heeft voor sloop en nieuwbouw vanwege bouwkundige gebreken en een zwaar belaste locatie.
In hoger beroep betoogde het Cuypersgenootschap dat het college onvoldoende gewicht had toegekend aan het positieve advies van de monumentencommissie en dat renovatie technisch mogelijk en duurzaam was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college een ruime beleidsruimte heeft en dat de belangenafweging niet onevenwichtig is. Het belang van goede woonkwaliteit en betaalbaarheid mocht zwaarder wegen dan het behoud van de portiekflats.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Cuypersgenootschap wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de monumentenaanwijzing bevestigd.