ECLI:NL:RVS:2024:2255
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 januari 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 1 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en vastgesteld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere toelichting, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is op 30 mei 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.