ECLI:NL:RVS:2024:2263
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 februari 2024 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die op 3 mei 2024 dit beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 29 mei 2024 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep en verzoek om voorlopige voorziening af.