ECLI:NL:RVS:2024:2284
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning voor studentenwoningen in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde op 20 juli 2021 een omgevingsvergunning voor het toevoegen van twee bouwlagen met vier studentenwoningen aan een woning in Den Haag, vanwege onvoldoende parkeergelegenheid en constructieve veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de aanvrager op 18 januari 2024 gegrond en oordeelde dat artikel 5.1 van het bestemmingsplan 'Parapluherziening (fiets)parkeren' in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en daarom onverbindend is, waardoor het college de aanvraag niet op die grond kon weigeren.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat de toetsingsmaatstaf voor de bestemmingsplanregel in deze procedure anders is dan in de eerdere uitspraken waarop de rechtbank zich baseerde. De voorzieningenrechter achtte het niet uitgesloten dat de Afdeling in de bodemprocedure tot een ander oordeel zal komen over de evidentie van strijdigheid met het rechtszekerheidsbeginsel.
Daarom schorst de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Hoekstra op 4 juni 2024.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Den Haag is geschorst bij wijze van voorlopige voorziening.