ECLI:NL:RVS:2016:2467
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Helder
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verbindendheid beheersverordening motorcrossterrein Prikkedam en handhavingsverzoek
Het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf wees een handhavingsverzoek af dat was gericht op overtredingen van bestemmingsplannen op het motorcrossterrein Prikkedam. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat de beheersverordening onverbindend was verklaard wegens strijd met artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze vernietiging, maar nuanceert het oordeel over de mogelijkheid om feitelijk bestaand gebruik dat in strijd is met het planologische regime toe te staan via een beheersverordening.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte ook voorschriften over toekomstig gebruik heeft betrokken bij de toetsing en dat het niet uitgesloten is dat een beheersverordening illegaal bestaand gebruik toestaat. Wel moet een deugdelijke planologische afweging plaatsvinden, wat in deze zaak niet is gebeurd voor het gebruik van de motorcrossbaan en minicrossbaan. Hierdoor zijn de artikelen 3.1 en 7 van de beheersverordening onverbindend.
Het college heeft vervolgens in een nieuw besluit het bezwaar van de wederpartij opnieuw ongegrond verklaard, waarbij het afzag van handhaving vanwege een belangenafweging tussen de motorclub en de hinder voor de omwonenden. De Afdeling oordeelt dat het college dit besluit mocht nemen en wijst het beroep van de wederpartij tegen dit besluit af. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat de beheersverordening deels onverbindend is en verklaart het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond.