ECLI:NL:RVS:2024:2340
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Bathmenseweg 46 en Harmelinksdijk 2 te Lettele wegens onvoldoende motivering spuitzone en compact erf
De raad van de gemeente Deventer stelde op 24 januari 2024 het bestemmingsplan Bathmenseweg 46 en Harmelinksdijk 2 te Lettele vast, waarin een agrarisch perceel wordt herontwikkeld tot twee woonerven met vijf woningen. Verzoeker, exploitant van een agrarisch melkveebedrijf aan een aangrenzend perceel, stelde beroep in tegen het plan en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het recht van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 van toepassing is, aangezien het ontwerpplan vóór die datum ter inzage lag. De kern van het geschil betreft de afwezigheid van een spuitzone van 50 meter tussen het agrarisch bedrijf van verzoeker en de nieuwe woonbestemmingen, terwijl het plan toestaat dat binnen 8 meter woningen worden gerealiseerd. De raad heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze afstand is verkleind zonder zorgvuldig locatieonderzoek.
Daarnaast is onvoldoende onderbouwd waarom het Rood voor Rood-beleid niet kan leiden tot een compact erf, mede vanwege de milieucontour van een nabijgelegen intensieve veehouderij en de ligging van een gasleiding. De raad heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze factoren het realiseren van een compact erf belemmeren.
Gelet op deze tekortkomingen wordt het bestemmingsplan vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat direct in de hoofdzaak is beslist. De raad wordt opgedragen het vernietigde onderdeel binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan. Tevens wordt de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent spuitzone en compact erf; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.