Uitspraak
Datum uitspraak: 14 oktober 2020
Raad van State
Het bestemmingsplan 'Wereld van de Efteling 2030' voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor uitbreiding van het attractiepark, verblijfsaccommodaties, een golfterrein en natuurgebied. Na vaststelling op 20 september 2018 is het plan op 19 september 2019 herzien met wijzigingen, waaronder aanpassing van definities, planregels en een gewijzigde onderbouwing van stikstofdepositie.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelt beroepen van erfgenamen en andere betrokkenen die onder meer betogen dat hun percelen ten onrechte buiten het plan zijn gelaten en dat het plan leidt tot onaanvaardbare gevolgen zoals geluidhinder en verkeersoverlast. De Afdeling beoordeelt dat de raad beleidsruimte heeft bij planbegrenzing en belangenafweging, en dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Verder oordeelt de Afdeling dat het milieueffectrapport (MER) voldoet aan wettelijke eisen, met een toereikend alternatievenonderzoek gericht op verkeersalternatieven. Ook de toepassing van de saldobenadering voor herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant is rechtmatig. Wel constateert de Afdeling dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied noodzakelijk is, waardoor het besluit in zoverre in strijd is met het Besluit ruimtelijke ordening.
Ten aanzien van verkeer en infrastructuur acht de Afdeling de onderzoeken en uitgangspunten voldoende betrouwbaar en concludeert dat de zuidelijke ontsluiting en verkeersmaatregelen geen onaanvaardbare hinder veroorzaken. Diverse andere beroepsgronden worden verworpen. De Afdeling past de bestuurlijke lus toe en behandelt het herstelbesluit, waarbij de beroepen tegen het oorspronkelijke besluit in de einduitspraak worden besproken.
Uitkomst: Het herstelbesluit is grotendeels rechtsgeldig, maar de motivering waarom uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied noodzakelijk is, is onvoldoende.