ECLI:NL:RVS:2024:2418
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens niet naleven watervergunning infiltratiekratten
Jabé Vastgoed B.V. is eigenaar van een perceel in Barneveld waarop een watervergunning rust die voorschrijft dat infiltratiekratten met een waterbergend vermogen van minimaal 150 m3 onder de verharding moeten worden aangebracht. De rechtsvoorganger van Jabé Vastgoed B.V. kreeg deze vergunning in 2017. Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe legde in 2019 een last onder dwangsom op wegens het niet naleven van deze voorschriften.
Ondanks een wijzigingsvergunning in 2020 die het vereiste waterbergend vermogen verminderde, heeft Jabé Vastgoed B.V. niet voldaan aan de verplichtingen. Het college vorderde vervolgens meerdere malen de dwangsom in. De rechtbank verklaarde de beroepen van Jabé Vastgoed B.V. tegen deze invorderingsbesluiten ongegrond of niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding.
In hoger beroep betoogde Jabé Vastgoed B.V. dat zij niet verplicht was de waterberging aan te leggen en dat het onmogelijk was deze aan te brengen vanwege hoge grondwaterstand. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat deze argumenten niet in de invorderingsprocedure kunnen worden ingebracht en dat de last onder dwangsom onherroepelijk is geworden. De Afdeling bevestigt dat het college terecht tot invordering is overgegaan en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van Jabé Vastgoed B.V. wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom blijft in stand.