ECLI:NL:RVS:2018:1963
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- F.C.M.A. Michiels
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake weigering intrekking last onder dwangsom woonark
Bij besluit van 18 januari 2013 legde het college een last onder dwangsom op aan appellante om haar woonark te verlagen tot 3 meter of te verwijderen. De dwangsom werd op 21 oktober 2013 ingevorderd nadat appellante niet aan de last had voldaan. Na verschillende procedures werd het besluit in rechte onaantastbaar.
Appellante verzocht bij het college om opheffing van de last onder dwangsom op grond van artikel 5:34 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), stellende dat zij door financiële en vergunningtechnische omstandigheden niet aan de last kon voldoen. Het college weigerde dit verzoek en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellante wel procesbelang heeft en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling stelt vast dat artikel 5:34 Awb Pro niet bedoeld is voor situaties waarin de dwangsom reeds volledig is verbeurd, zoals hier het geval is. Appellante had eerder kunnen verzoeken om opheffing of vermindering van de last. Het beroep tegen het besluit van het college wordt daarom ongegrond verklaard.
De griffierechten voor het hoger beroep worden aan appellante terugbetaald. Hiermee komt een einde aan de procedure over de last onder dwangsom en de inning daarvan.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college om de last onder dwangsom niet in te trekken wordt ongegrond verklaard.