ECLI:NL:RVS:2024:2427

Raad van State

Datum uitspraak
11 juni 2024
Publicatiedatum
13 juni 2024
Zaaknummer
202403512/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 23 april 2024 niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 30 mei 2024 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank zou worden vernietigd. De vreemdeling verzocht onder meer dat haar voorgenomen overdracht aan Zweden op 12 juni 2024 zou worden uitgesteld en dat zij opvang en verstrekkingen zou ontvangen zolang het hoger beroep loopt.

Gezien de belangen van beide partijen en het voorlopige oordeel, besloot de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening te treffen. Mocht uiteindelijk blijken dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, dan kan de vreemdeling vanuit Zweden worden teruggeleid naar Nederland. Het verzoek werd derhalve afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Zweden en het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is afgewezen.

Uitspraak

202403512/2/V3
Datum uitspraak: 11 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 30 mei 2024 in zaak nr. NL24.17832 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 30 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat haar voorgenomen overdracht aan Zweden op 12 juni 2024 achterwege blijft, dat zij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. Mocht uiteindelijk blijken dat Nederland verantwoordelijk moet worden geacht voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, dan kan de vreemdeling vanuit Zweden worden teruggeleid naar Nederland.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2024
644