ECLI:NL:RBDHA:2024:8492
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en verschil in beschermingsbeleid
Eiseres, een alleenstaande Somalische vrouw behorend tot een minderheidsclan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De staatssecretaris nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland heeft een verzoek tot terugname aan Zweden gedaan, dat is aanvaard.
Eiseres voerde aan dat Nederland verantwoordelijk is vanwege het non-refoulementbeginsel en het verschil in beschermingsbeleid tussen Nederland en Zweden, waarbij Nederland haar wel asiel zou verlenen en Zweden niet. Zij stelde dat het Zweedse beleid haar niet beschermt, wat blijkt uit de afwijzing van haar aanvraag en de gerechtelijke uitspraken in Zweden.
De rechtbank oordeelt dat het verschil in beschermingsbeleid geen reden is om de overdracht aan Zweden te weigeren. Het arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023 bepaalt dat systeemfouten in de asielprocedure en opvangvoorzieningen moeten worden vastgesteld om overdracht te weigeren, en dat meningsverschillen over materiële voorwaarden voor internationale bescherming niet volstaan. Ook kan het verschil in beschermingsbeleid niet worden betrokken bij een beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas op 30 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.