ECLI:NL:RVS:2024:243
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot rectificatie persoonsgegevens op grond van AVG
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees op 12 maart 2020 het verzoek van appellant om rectificatie van zijn persoonsgegevens af, nadat appellant bezwaar had gemaakt tegen een passage in documenten waarin werd gesteld dat hij personen actief zou opzoeken en dat er een verbale confrontatie met risico op escalatie zou zijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de passage geen feitelijk gegeven is maar een indruk of mening van een professional, onderdeel van scenario’s en handhavingsstrategieën, en dat artikel 16 AVG Pro niet bedoeld is voor correctie van meningen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat het betwiste geen feit was, maar de Raad van State oordeelde dat het college voldoende had toegelicht dat het om mogelijke situaties gaat en niet om feiten, waardoor rectificatie niet aan de orde is.
De Afdeling wees het verzoek tot het horen van getuigen af omdat dit niet noodzakelijk was voor de beoordeling van de zaak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot rectificatie bevestigd.