ECLI:NL:RVS:2024:2432
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ingetreden belangverlies bij niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de staatssecretaris op dat moment nog geen besluit had genomen.
In hoger beroep werd vastgesteld dat de staatssecretaris op 1 mei 2023 alsnog een besluit heeft genomen, waarmee het doel van de procedure is bereikt en het belang van de vreemdeling is komen te vervallen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is.
Daarnaast werd overwogen dat de staatssecretaris de beslistermijn rechtmatig met negen maanden heeft verlengd en binnen vijftien maanden een besluit heeft genomen, waardoor geen proceskostenvergoeding verschuldigd is.
De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken en lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie, maar acht deze niet relevant voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep in deze zaak.
De procedure is daarmee afgerond met de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris inmiddels een besluit heeft genomen.