ECLI:NL:RVS:2024:2479
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoeken inzage en wijziging politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens
De appellant heeft op 11 februari 2022 inzage gekregen in politiegegevens die over hem zijn verwerkt. Vervolgens verzocht hij op 25 februari 2022 om hernieuwde inzage en wijziging van bepaalde registraties op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De korpschef van politie wees deze verzoeken grotendeels af en stelde een verzoek buiten behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en stemde in met het verzoek van de korpschef om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor bepaalde politieregistraties niet aan appellant werden verstrekt. Appellant gaf geen toestemming voor beperkte kennisneming door de rechtbank, maar de rechtbank oordeelde dat een uitzondering op de openbaarheid gerechtvaardigd was.
In hoger beroep betoogde appellant dat deze uitzondering onrechtmatig was en in strijd met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek van de korpschef gerechtvaardigd is en dat de rechtbank terecht een uitzondering maakte op de artikelen 8:39 en 8:42 van de Awb. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.