ECLI:NL:RVS:2024:2478
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inzageverzoek politiegegevens op grond van Wet politiegegevens
Appellant verzocht de korpschef van politie om inzage in over hem verwerkte politiegegevens, met name gegevens waaruit blijkt dat hij een verward persoon is of gedragsproblemen heeft. De korpschef wees het verzoek deels af omdat er geen registraties waren gevonden over zorgmeldingen uit de jaren 2010, 2011, 2014, 2015 en 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat alleen de rechtbank met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb kennis mocht nemen van de stukken in het inzagedossier.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank artikel 8:29 Awb Pro en artikel 2.8 van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken onjuist had toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank juist had gehandeld door de beperkte kennisneming toe te passen, zoals ook de Afdeling zelf zou doen bij een dergelijk verzoek in een zaak over afwijzing van inzage op grond van de Wet politiegegevens.
De Afdeling stelde vast dat appellant geen aanvullende hogerberoepsgronden had ingediend en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is het verzoek om inzage in politiegegevens, voor zover het betrekking had op de genoemde jaren, definitief afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het inzageverzoek is bevestigd.