ECLI:NL:RVS:2024:2513
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek predicaat cum laude ondanks bijzondere werkzaamheden huurteam
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om het predicaat 'cum laude' toe te kennen voor zijn bachelordiploma Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden, waarbij hij zijn werkzaamheden voor het huurteam als bijzondere omstandigheid aanvoerde. De examencommissie en het College van Beroep voor de Examens (CBE) hebben dit verzoek afgewezen, omdat deze werkzaamheden niet voldoen aan de criteria van artikel 4.12.6 van de Onderwijs- en examenregeling (OER).
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de activiteiten van appellant weliswaar onderscheidend zijn, maar niet bijzonder in de zin van de OER, omdat extracurriculaire activiteiten op zichzelf niet als bijzonder worden aangemerkt en de individuele bijdrage van appellant niet voldoende is vastgesteld. Ook is geen sprake van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een herziening van eerdere besluiten rechtvaardigen.
Verder oordeelt de Afdeling dat de procedure rondom de samenstelling van de kamer die het administratief beroep behandelde correct is verlopen, ondanks eerdere onjuiste vermelding van leden. Ten slotte is geen dwangsom verschuldigd vanwege tijdige beslissing door het CBE. Het beroep wordt ongegrond verklaard en appellant hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om het predicaat 'cum laude' wordt ongegrond verklaard.