ECLI:NL:RVS:2024:2516
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling correcte ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na Dublinverordening
De vreemdeling diende op 28 december 2021 een asielaanvraag in, die aanvankelijk niet werd behandeld omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was. Nederland werd later verantwoordelijk omdat de overdracht aan Oostenrijk niet tijdig plaatsvond. De staatssecretaris verleende uiteindelijk een verblijfsvergunning met ingang van 16 november 2022, gebaseerd op een tweede aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris de ingangsdatum onterecht heeft vastgesteld op de datum van de tweede aanvraag. Volgens eerdere jurisprudentie moet de ingangsdatum worden bepaald op de datum van de oorspronkelijke aanvraag.
De Raad van State vernietigt daarom het besluit voor zover de ingangsdatum op 16 november 2022 is gesteld en stelt deze vast op 28 december 2021. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt vastgesteld op 28 december 2021 in plaats van 16 november 2022.