ECLI:NL:RVS:2024:2531
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag en overdracht vreemdeling aan Zwitserland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 mei 2024 besloten om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juni 2024 dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelt dat de medische informatie die in hoger beroep is overgelegd onvoldoende aannemelijk maakt dat overdracht aan Zwitserland zal leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de medische situatie van de vreemdeling. Tevens acht de Raad aanvullende garanties van Zwitserse autoriteiten niet noodzakelijk, mede gelet op artikel 32 van Pro de Dublinverordening.
Daarom bevestigt de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat de staatssecretaris de aanvraag niet hoeft te behandelen en de vreemdeling mag overdragen aan Zwitserland. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen; de vreemdeling wordt overgedragen aan Zwitserland.