ECLI:NL:RVS:2024:2542
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 4 februari 2022 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 6 april 2023 ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals de staatssecretaris incidenteel hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het hoger beroep van de vreemdeling niet leidt tot vernietiging van de uitspraak, omdat het geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden.
De staatssecretaris klaagde terecht dat de rechtbank onterecht uitging van de door de civiele rechter vastgestelde identiteit van de vreemdeling, maar dit leidt niet tot vernietiging van de uitspraak omdat het beroep reeds ongegrond was. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden en wijst het hoger beroep en incidenteel hoger beroep af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het besluit van de rechtbank en verklaart het hoger beroep en incidenteel hoger beroep ongegrond.