ECLI:NL:RVS:2024:2549
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 februari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 mei 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en om opvang en verstrekkingen te verkrijgen, gegrond was gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 24 juni 2024 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.