ECLI:NL:RVS:2024:2587
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- D.A. Verburg
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning tweede fase voor uitbreiding vleesverwerking ondanks geur- en geluidsoverlast
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel verleende op 3 september 2019 een omgevingsvergunning tweede fase aan VION Food Nederland B.V. voor de uitbreiding van haar vleesverwerkingsinrichting. Deze vergunning betrof het bouwen van een nieuw bouwwerk, het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan en een wijziging van de inrichting. Appellanten, bewoners uit de omgeving, voerden hoger beroep tegen de vergunning vanwege vermeende extra geur- en geluidsoverlast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij stelden dat de milieu-effecten niet juist waren beoordeeld, onder meer omdat de geur- en geluidsoverlast in werkelijkheid groter zou zijn dan toegestaan. De Afdeling stelde vast dat de eerdere revisievergunning uit 2009 en de omgevingsvergunning eerste fase uit 2015 de relevante referentie vormen en dat de tweede fase vergunning geen extra milieubelasting toelaat. Het onafhankelijke STAB-onderzoek bevestigde dat de geur- en geluidsbelasting binnen de toegestane grenzen blijft.
Verder werd betoogd dat toetsing aan de Wet natuurbescherming ontbrak, maar de Afdeling oordeelde dat de appellanten geen persoonlijk belang hebben bij deze algemene natuurbeschermingsbelangen en liet deze grond daarom buiten beschouwing. Wel werd vastgesteld dat de Afdeling de redelijke termijn van de procedure heeft overschreden, waardoor aan appellanten een immateriële schadevergoeding van €1.000 werd toegekend. Ook werden proceskosten aan appellanten toegewezen.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af, met uitzondering van de toekenning van schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.