ECLI:NL:RVS:2024:2602
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging politiegegevens in mutatierapport na bedreiging
Op 26 augustus 2021 verzocht appellant de korpschef van politie om wijziging van politiegegevens in een mutatierapport over een melding van bedreiging op 30 september 2020. De korpschef wees dit verzoek af op 10 september 2021, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de juistheid en volledigheid van de registratie in het mutatierapport. Appellant stelde dat de politieambtenaren onjuiste en onvolledige gegevens hadden vastgelegd, onder meer omdat zij getuigen op straat spraken die niets hadden gezien. De korpschef stelde dat de gegevens rechtmatig waren verkregen en verwerkt en niet onjuist of onvolledig waren.
De Afdeling overwoog dat het correctierecht op grond van artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens niet ziet op het corrigeren van indrukken, meningen of conclusies van politieambtenaren, maar alleen op feitelijke onjuistheden. De mutatie bevatte voornamelijk professionele indrukken en conclusies, en appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat feitelijke gegevens onjuist waren. Het verzoek om inzage in alle stukken viel buiten de procedure van dit hoger beroep.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om een dwangsom af. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot wijziging van politiegegevens wordt afgewezen.