ECLI:NL:RVS:2024:2636
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 november 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 februari 2023 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze nam de motivering van de rechtbank over en oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde zij het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 27 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd.