ECLI:NL:RVS:2024:2655
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitstel van vertrek vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 augustus 2023 een aanvraag van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 1 december 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 maart 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en geoordeeld dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming van belang zijn. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De staatssecretaris is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 28 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.