ECLI:NL:RVS:2024:2667
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving haag wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid
Appellant woont aan de Zuider Leidsevaart in Hillegom, waar een haag aan de voorkant van zijn perceel staat. Verzoekers, die achter appellant wonen en gebruikmaken van een uitweg over zijn perceel, vreesden dat de haag tot een verkeersonveilige situatie leidt. Het college van burgemeester en wethouders wees aanvankelijk een handhavingsverzoek af, maar verklaarde later bezwaar gegrond en legde appellant op de haag te halveren met een dwangsom.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat de uitweg feitelijk openstaat voor openbaar verkeer en dat artikel 2:15 van Pro de Algemene plaatselijke verordening (APV) daarop van toepassing is.
Echter, de Afdeling vond dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het eerdere standpunt werd verlaten en dat het advies waarop het college zich baseerde slechts richtlijnen bevatte. Ook was onvoldoende onderzocht of de haag daadwerkelijk tot verkeersgevaarlijke situaties leidt. Daarom werd het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college om handhavend op te treden tegen de haag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid.